ONTSTAANGESCHIEDENIS

Ontstaangeschiedenis

In 2003 hebben wij een stuk grond van bijna 6800 m2 kunnen kopen aan de rand van  het groen hart. Dit terrein is vanaf 1965 samen met een aantal naastgelegen percelen ontwikkeld van grasland tot een bos waar ons perceel de bosrand of ook wel de zoom van vormt.

De vorige eigenaren hebben altijd biologisch en milieuvriendelijk getuinierd. Zij hebben de basis voor onze tuin gelegd met de aanplant van een houtsingel, een boomgaard, diverse losse bomen en struiken en een rij walnotenbomen. Uit de overlevering weten wij dat de walnotenbomen met zorg in de vensterbank zijn opgekweekt om later in het seizoen hier uitgeplant te worden. Ruim veertig jaar later plukken wij hier nog steeds de vruchten van. Hun werkzaamheden en gedachtegoed zijn beloond doordat het perceel in 19.. bij een herziening van het bestemmingsplan, de bestemming natuur heeft gekregen.

En meer...

Ook de bollen die zij in de grond hebben gestopt zijn inmiddels uitgegroeid tot grote vlakken vol met sneeuwklokjes en daslook. En deze vlekken breiden zich nog steeds uit. Wij zijn er ondertussen achter gekomen dat de mieren, die in overvloed op onze tuin aanwezig zijn, een handje helpen bij de verspreiding van de zaden van de sneeuwklokjes vanwege het 'mierenbroodje': een wit, zoet uitgroeisel dat mieren graag aan hun larven voeren. Inmiddels hebben wij krokussen geplant omdat die in het voorjaar de hommelkoninginnen van veel stuifmeel voorzien. Langzaamaan proberen we de stinzenflora steeds verder uit te breiden.

Nog meer . . .

Onze tuin ligt dus op de overgang van bos naar polder. Het merendeel van de bomen is ondertussen zo’n 40 – 50 jaar oud en volledig volgroeid. Sommige bomen beginnen langzaam richting de aftakelingsfase te gaan. Samen met de bomen die wij hebben aangeplant is nu een mooie variatie ontstaan in soorten, leeftijd en hoogte. Het langgerekte stuk grond is een aaneenschakeling van open en meer gesloten delen en biedt een grote verscheidenheid aan kruiden, heesters en bomen. De tuin heeft vanwege haar ligging meestal een aangenaam en beschut klimaat omdat de overwegend westelijke wind wordt getemperd door het bos van onze buurman.

Het begon ons al snel op te vallen dat er zoveel hommels en vlinders te vinden zijn in onze tuin. De vele gangen en holletjes van muizen zorgen voor heel veel plekken waar de hommels kunnen overwinteren en om nesten te kunnen bouwen. Omdat het complete onderhoud heel veel werk is en we dit maar met z’n tweeen doen, hebben we geen opgeruimde tuin. We hebben verschillende bergen met snoeiafval en na een flinke storm liggen er overal bladeren en takken. Ook zijn er genoeg plekken met brandnetels te vinden. Dit zijn allemaal goede omstandigheden voor insecten om te schuilen en te overwinteren. Ook hebben we  in de loop van de jaren steeds meer vaste planten, bomen en struiken neergezet waar hommels, vlinders en bijen voedsel kunnen vinden.

Afwisseling

In 2010 hebben wij een vijver aangelegd. Hierdoor is onze tuin nog afwisselender geworden door de komst van water- en moerasplanten. Ook trekt de vijver weer andere dieren aan en biedt plek om te overwinteren, te broeden of eitjes af te zetten.

Na het doorlopen van een pilottraject met de gemeente, hebben wij in 2012 vergunning gekregen om een grote veldschuur te bouwen op de plek waar eerst twee kleine schuren stonden. Hier kunnen we ons gereedschap opslaan, uitrusten van het harde werken en een kopje thee drinken. Hier drogen we plantmateriaal en zaden en hebben we onze vindsels tentoongesteld; schedeltjes van verschillende vogels, dode vlinders en hommels en mooie veren die we gevonden hebben, etc. Ook kunnen we hier bezoekers ontvangen.